|
Slavernij
Omdat de lokale indiaanse bevolking niet geschikt was als arbeidskracht werd de belangrijkste handelswaar de slavenhandel waarmee grote winsten gemaakt werden. Vanaf het begin van de zeventiende eeuw werden vanuit Afrika negerslaven naar Curaçao gevoerd. Deze werden verkocht aan de Engelse, Portugese en Spaanse kolonies waar grote aantallen arbeidskrachten nodig waren voor de enorme landbouwplantages. Rond 1660 was Curaçao uitgegroeid tot het centrum van de Caribische slavenhandel. Men denkt dat er in totaal ongeveer 100.000 slaven naar Curaçao verscheept zijn. Vanaf 1713 ging het bergafwaarts met de slavenhandel o.a. door de Engelse concurrentie. Op Curaçao waren in het algemeen steeds minder slaven nodig vanwege het ontbreken van grootschalige landbouw. In 1795 brak er onder leiding van de slaaf Tula een opstand onder de slaven uit. Aanleiding vormden de slechte leef- en werkomstandigheden op de plantages, maar al snel groeide het uit tot een opstand tegen de slavernij. Na twee weken werden de opstandelingen echter verslagen en Tula werd gedood. Maar ook in het algemeen groeide het verzet tegen de mensenhandel en in 1818 sloot Holland een verdrag met Engeland om de slavenhandel tegen te gaan. Ondanks het feit dat de slavenhandel nog tot halverwege de negentiende eeuw doorging, werd al in 1821 de invoer van slaven op de koloniën verboden. In 1863 werd de slavernij in Holland afgeschaft maar de slaven bleven uiteraard erg afhankelijk van hun vroegere meesters en de oude machtsverhoudingen bleven tot diep in de twintigste eeuw vrijwel ongewijzigd.
|